Cees Strauss: Frank van Hemert Birth Copulation Death

Cees Strauss: Frank van Hemert Birth Copulation Death

Frank van Hemert (geb. 1956) is een vooraanstaand Nederlands kunstenaar. Hij volgde een opleiding aan de TeHaTex in Tilburg en werkte in 1980-82 in de Ateliers ’63 in Haarlem. Op prominente wijze nam hij deel aan Documenta 7 in Kassel. Zijn werk bevindt zich in musea in Amsterdam, Den Haag en Maastricht. Van 2007 tot 2009 vindt in vier musea in Nederland en Duitsland een internationaal tentoonstellingsproject plaats dat zich richt op Van Hemerts werken op papier van de laatste 25 jaar. Teylers Museum onderscheidt zich van de andere drie door zich te concentreren op de relatief kleinere tekeningen.

In het Noordhollandse Starnmeer in een schuur, naast zijn boerderij, heeft Frank van Hemert zijn atelier. Het is er zoals dat hoort in een kunstenaarsatelier een inspirerende bende. Boven de doorgang naar een kleine keuken heeft de kunstenaar met een krijtje geschreven: “Blijf hongerig”. Deze kernachtige imperatief slaat maar in zeer beperkte zin op eten, maar des te meer op een geestelijke staat: blijf ontvankelijk, sta open en voorkom een staat van verzadiging. Het is een motto dat prachtig past op Van Hemerts werk waar continu gezocht wordt naar middelen om verdriet, agressie, confrontatie en troost te verbeelden. Ook Van Hemerts tekeningen die nu in Teylers Museum te zien zijn, laten steevast een gevoel van hongerige gedrevenheid zien, van de vroege reeks Laatste slaapkamer tot en met de meest recente serie Innocent People.

Van Hemert werkt bij voorkeur in serie-verband, zowel bij schilderijen als bij tekeningen. Binnen een tekeningen-serie zijn de bladen veelal in min of meer dezelfde techniek en van een vergelijkbaar formaat, alhoewel hij daar ook weer niet te krampachtig aan vast houdt. Zijn tekeningen zijn in vergelijking met zijn schilderijen intiemer en ze vertellen meer over persoonlijke ervaringen en waarnemingen. In een tekeningenserie graaft hij zich als het ware in in een vraagstuk van het leven, zoals de dood, zelfbeschadiging, erotische beleving en identiteit. De reeks Laatste slaapkamer, waaraan de kunstenaar werkte van 19.. tot 1991, hoort bij het vroege werk op de tentoonstelling. Er zijn steeds lege matrassen te zien in allerlei standen, onder diverse belichtingen en in vele kleuren. De kunstenaar begon aan de serie na de onverwachte dood van zijn vader. Maar of de serie uitsluitend met de dood te maken heeft, is de vraag. Een matras is een banaal object, maar essentieel in ons leven. We brengen er veel tijd op door – om allerhande redenen. We worden erop geboren, we overlijden er en worden er veelal op verwekt.

Bijzonder indringende reeksen zijn: Secret Survivors en You and Me. Bij Secret survivors zie je allerlei lichaamsdelen, zoals hoofden, handen, armen en rompen. De schaalgrootte verschilt – zo duwen grote handen kleine figuurtjes van het blad af. Er heerst een sfeer van angst, kleineren, twijfel en onderdanigheid. De kreten, geschreven op de tekeningen, zoals forgive me, what is wrong with me, fill me, rape me, use me, zijn moeilijk mis te verstaan. Op een tekening, recentelijk door Teylers Museum verworven, zien we zelfs een kop met teksten daaromheen als schietschijf (afb.). Het lijkt of de weergegeven figuren ernstig geweld ‘overleefd’ hebben, maar nog geheel in de macht zijn van hun geweldenaren. Zij (en wij als kijkers) zijn er duidelijk nog helemaal niet mee klaar. De serie You and Me is ingetogener van aard. Hier geen wilde kreten of rauw naast elkaar geplaatste beeldelementen. We kijken steeds naar een kaal mensenhoofd, dat zich verliest in de lichamen van anderen (afb.?). Het is een zoektocht naar identiteit. Uit de intieme verstrengelingen spreekt tegelijkertijd tederheid en troost.

Het zijn grote ‘levens-thema’s’ die Van Hemert aansnijdt en hij moet dus vast in zijn schoenen staan om daar iets nieuws over te durven en te kunnen zeggen. Daarnaast is er de niet ondenkbeeldige kans dat je er als kunstenaar in verzuipt. Maar dat overkomt Van Hemert niet. Als je hem zo meemaakt is het een nuchtere en vooral vrolijke man die geenszins onder de last van het wereldleed gebukt lijkt te gaan. Het is ook niet zijn doel om met zijn kunst de wereld te verbeteren. In een interview met Cees Straus in Kunstbeeld (nr. 9 [2003]) zei hij: “Ik ken geen sterke behoefte om te communiceren.” Op de constatering dat hij toch wel zijn werk naar buiten brengt, zei hij: “Ja, ik wil het best laten zien. Reacties op mijn werk krijg ik als ik mensen op mijn atelier uitnodig. De een krijgt tranen in de ogen, vaak vanwege persoonlijke ervaringen. De ander wordt er heel vrolijk van. Ben ik dan aan het communiceren? Ik zou het echt niet weten. Waar ik wel naar streef is het gevoel om te worden opgetild. De oerstaat van het geluk, het aan jezelf kunnen voorbijgaan. Een soort van oertrilling teweeg kunnen brengen. Zoals de jonge Anton Heyboer en Van Gogh, die er volgens mij dichtbij zaten. Maar ik ben er zelf ook bang voor, hoor. Het falen is altijd dichtbij. Maar de uiteenzetting van je twijfels, de onzekerheid die er bij komt, ik denk dat dat ook de basis van je creativiteit is.”

De tentoonstelling in Teylers Prentenkabinet toont ook zeer recent werk van Van Hemert. De serie Innocent People is afgelopen zomer vervaardigd. Het zijn grote koppen van dode en van geestelijk gehandicapte mensen. De ‘afwezigheid’ en de onschuld van deze geesten is prachtig verstild weergegeven. Ze hebben figuurlijk en letterlijk (gevormd van ijzerdraad) een aureool van heiligheid.

Iets minder recent, daterend van 2006, is Van Hemerts aquarellen-serie La Petite mort (de kleine dood). Het gaat daarbij steeds om twee bij elkaar horende motieven: één van een vrouwenhoofd en de ander van haar onderlijf, soms op één tekening verenigd, soms op twee aparte bladen (afb. ?). Het onderwerp is steeds een sterke erotische beleving, stellig een orgasme. De open mond, de extatische, afwezige blik en de combinatie met het onderlijf spreken voor zich. Niet alleen de titel, ook de beelden verwijzen naar de dood. Hoe heerlijk een seksueel orgasme ook is het wordt door velen ervaren als “mourir un peu”, een klein beetje sterven. Je verliest jezelf in iets dat niet geheel van deze werkelijkheid is, er sterft (bijna) iets in je en op hetzelfde moment voel je jezelf optimaal leven. Omdat in de regel seksualiteit gekoppeld is aan voortplanting, kunnen we de altijd aanwezige behoefte aan seksualiteit verbinden aan ons diepste verlangen: ons voort te planten en tegelijkertijd is dat het verlangen om te sterven. Kortom: Birth Copulation Death.

Om verder te lezen:
* C. Straus, ‘Frank van Hemert’, Kunstbeeld nr. 9 (2003), pp. 6-9.
* Frank van Hemert: Birth Copulation Death (red. F. van Hemert, I. Brinkmann, I. Kentgens), 2